Algemene voorwaarden

Deze Algemene Voorwaarden van Praktijk voor Relatie en Gezin zijn tot stand gekomen naar het model van de Algemene leveringsvoorwaarden geestelijke gezondheidszorg LPGGz – Consumentenbond – GGZ Nederland 2017.

INHOUDSOPGAVE 

ARTIKEL 1 – Definities 
ARTIKEL 2 – Toepasselijkheid 
ARTIKEL 3 – Naaste(n) 
ARTIKEL 4 – Duidelijke informatie 
ARTIKEL 5 – Tot stand komen van de overeenkomst 
ARTIKEL 6 – Het opstellen van het behandelplan 
ARTIKEL 7 – Dossier 
ARTIKEL 8 – Second opinion bij behandeling 
ARTIKEL 9 – Privacy tijdens de zorgverlening 
ARTIKEL 10 – Kwaliteit van zorg 
ARTIKEL 11 – Incidenten 
ARTIKEL 12 – Zorg op afspraak 
ARTIKEL 13 – Goed cliëntschap 
ARTIKEL 14 – Informatieplichten 
ARTIKEL 15 – Betaling 
ARTIKEL 16 – Beëindiging van de overeenkomst 
ARTIKEL 17 – Opzegging van de overeenkomst door de zorginstelling 
ARTIKEL 18 – Klachtenregeling 

ARTIKEL 1 – DEFINITIES

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

  • Zorginstelling:      
    de rechtspersoon, die zorg verleent binnen het domein van de geestelijke gezondheidszorg. In dit geval de Praktijk voor Relatie en Gezin (afgekort: PvR&G).
  • Cliënt:                   
    een natuurlijke persoon die zich tot PvR&G wendt of heeft gewend teneinde zorg te ontvangen dan wel deze reeds ontvangt. 
  • Overeenkomst:    
    de behandelingsovereenkomst. Deze maakt een integraal onderdeel uit van het behandelplan.
  • Zorgverlener:        
    de voor PvR&G werkzame beroepsbeoefenaar die met de cliënt in het kader van de behandeling persoonlijk contact heeft.
  • Behandeling:         
    behandelingen op het gebied van de geneeskunst die worden verricht door een zorgverlener die een geneeskundig beroep of bedrijf uitoefent waarop de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) van toepassing is.
  • Praktijk:                
    de behandelruimte van PvR&G, inclusief wachtkamer, balie of andere ruimtes waar de cliënt als onderdeel van de behandeling gebruik van maakt.
  • Naasten:               
    familie, partners, vrienden of andere naasten van de cliënt.
  • Behandelplan:       
    een in samenspraak met de cliënt opgesteld plan, waarin de algemene gegevens en het beeld van de cliënt, zijn beperkingen, mogelijkheden en wensen, doelen, actieplan, evaluatie en rapportage aan de orde komen. 
  • Dossier:                
    De zorgverlener heeft de plicht een dossier in te richten met betrekking tot de zorg van de cliënt. In het dossier neemt hij gegevens op over de gezondheid van de cliënt, de verrichtingen, verklaringen van de cliënt en bewaart hij de gegevens die noodzakelijk zijn voor een goede hulpverlening. 
  • Kwaliteitsstandaarden:
    richtlijnen, zorgmodules en zorgstandaarden, die betrekking hebben op het gehele zorgproces en die vastleggen wat goede zorg is.
  • Incident:              
    is een gebeurtenis tijdens het zorgproces die tot schade aan de cliënt of medewerker van de praktijk heeft geleid, had kunnen leiden of (nog) zou kunnen leiden.

ARTIKEL 2 – TOEPASSELIJKHEID

  1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op de tussen de cliënt en de zorginstelling gesloten overeenkomst met betrekking tot behandeling.
  2. De Algemene Voorwaarden worden zoveel als mogelijk toegepast ongeacht de wijze waarop de zorg wordt gefinancierd.
  3. Partijen kunnen niet afwijken van deze Algemene Voorwaarden tenzij dat in een individueel geval expliciet is overeengekomen en de afwijking niet in het nadeel is van de cliënt. Dergelijke afwijkingen dienen schriftelijk te zijn vastgelegd.

ARTIKEL 3 – NAASTE(N) 

  1. De zorginstelling hanteert een reglement ten aanzien van naasten, gebaseerd op het vigerende modelreglement naasten. 
  2. Indien gewenst kan de cliënt zich laten bijstaan door iemand naar keuze om te helpen een weloverwogen keuze te maken ten aanzien van de zorg. 

ARTIKEL 4 – DUIDELIJKE INFORMATIE 

  1. De cliënt heeft recht op die informatie die noodzakelijk is om weloverwogen keuzes over de zorg te kunnen maken. Alle informatie die aan de cliënt wordt verstrekt moet naar inhoud, vorm en moment op een voor de cliënt geschikt niveau zijn. De zorgverlener gaat bij de cliënt na of deze de informatie heeft begrepen en of er nog vragen zijn. 
  2. Voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst bepalen de zorgverlener en cliënt in onderling overleg welke zorg het beste bij de cliënt past en wisselen zij informatie uit, die relevant is voor de zorg. In ieder geval wordt besproken: 
    1. het recht op vrije keuze van de zorgverlener binnen de mogelijkheden van de zorginstelling; 
    2. de eventuele diagnose en wat het betekent om die diagnose te hebben; een heldere omschrijving van de zorgopties, het doel, de kans op succes en de mogelijke risico’s en eventuele neveneffectenmede aan de hand van eventueel eerdere ervaringen van de cliënt; 
    3. de naam van de verantwoordelijke zorgverlener en die van andere betrokken zorgverleners; 
    4. de ervaring van de betrokken zorgverleners; 
    5. overige aspecten, zoals de wachttijd en (aanvullende) kosten. 
  3. Indien de cliënt uitdrukkelijk heeft aangegeven informatie over de behandeling niet te willen ontvangen, kan het verstrekken van informatie achterwege blijven. 
  4. De zorgverlener stelt de cliënt, afgestemd op de behoefte en mogelijkheden, informatie ter beschikking. De zorgverlener geeft informatie over: 
    1. de zorginstelling en de gang van zaken van het zorgproces, zoals de intake, het opstellen van een eventueel behandelplan, de zorgverlening en het maken van afspraken die betrekking hebben op de specifieke situatie van de cliënt;
    2. betaling voor kosten voor aanvullende diensten, eigen risico en de mogelijk niet vergoede zorg; 
    3. de relevante cliënten- en familieorganisaties; 
    4. de klachten- en geschillenregeling; 
    5. de huisregels; 
    6. omgang van de instelling met naasten;
    7. de bereikbaarheid van de organisatie in geval van een noodsituatie; 
    8. het privacyreglement, de privacyverklaring, het gebruik van persoonsgegevens voor onderzoek en over maatregelen rondom privacy; 
    9. het kwaliteitsstatuut met daarin de concrete afspraken bij samenwerking in het kader van de zorg. 

ARTIKEL 5 – TOT STAND KOMEN VAN DE OVEREENKOMST 

De overeenkomst tussen de cliënt en de zorginstelling komt uitsluitend tot stand indien: 

  1. de cliënt kenbaar heeft gemaakt de overeenkomst te willen aangaan, en 
  2. de zorginstelling redelijkerwijs van oordeel is dat de hulpvraag van de cliënt op grond van de bij de zorginstelling aanwezige mogelijkheden kan worden beantwoord. 

ARTIKEL 6 – HET OPSTELLN VAN HET BEHANDELPLAN 

  1. De zorgverlener doet, in overeenstemming met de professionele standaard, op basis van het overleg tussen zorgverlener en cliënt een voorstel voor een behandelplan aan de cliënt. 
  2. De zorgverlener biedt de cliënt ondersteuning aan bij het overleg over het behandelplan. Voorafgaande instemming 
  3. De zorgverlener begint de zorg nadat de cliënt heeft ingestemd met het (voorlopige) behandelplan. 
  4. In acute situaties, waarbij de tijd voor het vragen van toestemming ontbreekt omdat onmiddellijke behandeling nodig is om ernstig nadeel voor de cliënt te voorkomen, kan worden afgeweken van het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel. Dit wordt gemotiveerd vastgelegd in het dossier. In dat geval vindt overleg tussen zorgverlener en cliënt zo spoedig mogelijk na de afwijking plaats. 
  5. Indien cliënt of zorgverlener afwijking van het behandelplan noodzakelijk acht, vindt onderling overleg plaats. 

Het behandelplan bevat in ieder geval: 

  1. de doelen met betrekking tot de zorg voor een bepaalde periode gesteld, gebaseerd op de wensen, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt; 
  2. de wijze waarop de zorgverlener en de cliënt de gestelde doelen proberen te bereiken; 
  3. de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder het behandelplan met de cliënt zal worden geëvalueerd en geactualiseerd.

ARTIKEL 7 – DOSSIER 

1.    Het dossier bevat, naast het behandelplan en de in de wet en regelgeving geregelde onderwerpen, het volgende: 

  1. in overleg met de cliënt welke naasten bij de zorgverlening worden betrokken of over de zorgverlening worden geïnformeerd en de wijze waarop dat gebeurt en desgewenst welke personen juist niet; 
  2. de wensen en voorkeuren van de cliënt inclusief contra-indicaties voor zorginterventies;
  3. de voortgang (incl. rapportages, uitslagen, ROM uitslagen, gaf scores etc.) van de zorgverlening; 
  4. incidenten en calamiteiten voor zover deze gevolgen hebben voor de zorgverlening of de gezondheidstoestand van de cliënt. 

2.    Het dossier blijft gedurende de zorg ter beschikking van de cliënt; cliënt heeft altijd recht op inzage en kan een kopie krijgen. 

ARTIKEL 8 – SECOND OPINION BIJ BEHANDELING 

De zorginstelling zal alle redelijke medewerking verlenen aan een door de cliënt gewenste second opinion en bespreekt op verzoek van de cliënt de resultaten van de second opinion ook als de cliënt deze heeft gevraagd zonder medewerking van de zorginstelling. 

ARTIKEL 9 – PRIVACY TIJDENS DE ZORGVERLENING 

De zorginstelling hanteert een privacyreglement. 

ARTIKEL 10 – KWALITEIT VAN ZORG 

Als norm voor goed zorgverlenerschap gelden de gedragsregels van de verschillende beroepsgroepen, kwaliteitsstandaarden, normen ontleend aan de laatste stand van de wetenschap en praktijk alsmede algemeen aanvaarde uitgangspunten. Afwijking van protocollen en richtlijnen moet de zorginstelling motiveren, aan de cliënt uitleggen en vastleggen in het dossier. 

ARTIKEL 11 – INCIDENTEN 

  1. Zo spoedig mogelijk na een incident die voor de cliënt merkbare gevolgen heeft of kan hebben, informeert de zorginstelling de betreffende cliënt over: 
    1. de aard en de oorzaak van het incident; 
    2. of en welke maatregelen zijn genomen om soortgelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. 

ARTIKEL 12 – ZORG OP AFSPRAAK 

  1. Als de zorg plaatsvindt op een vooraf afgesproken moment, zorgt de zorginstelling ervoor dat het voor de cliënt duidelijk is wanneer en op welk tijdstip de betreffende zorg zal plaatsvinden.
  2. De zorginstelling houdt bij het plannen van afspraken zoveel mogelijk rekening met wensen, voorkeuren en beperkingen van de cliënt. 
  3. Indien de cliënt of zorgverlener een gemaakte afspraak niet kan nakomen, moet deze uiterlijk 24 uur van tevoren worden geannuleerd, tenzij er sprake is van een zwaarwichtige reden. 
  4. De cliënt wordt geïnformeerd over eventuele extra wachttijd ten opzichte van de afgesproken tijd. 

ARTIKEL 13 – GOED CLIËNTSCHAP 

  1. Elke cliënt legitimeert zich voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op verzoek van de zorginstelling met een wettelijk erkend, geldig legitimatiebewijs en overlegt de gegevens van zijn zorgverzekeraar.
  2. Vóór aanvang van de zorg geeft de cliënt op verzoek van de zorginstelling de naam en de bereikbaarheidsgegevens op van een contactpersoon.
  3. De cliënt werkt mee aan instructies en maatregelen van de zorginstelling gericht op de (brand)veiligheid. 
  4. Indien de zorg plaatsvindt in het huis van de cliënt, biedt de cliënt alle noodzakelijke medewerking om de zorginstelling in staat te stellen de zorg te leveren conform regelgeving betreffende de arbeidsomstandigheden. 
  5. De cliënt dient zelf de nodige zorg in acht te nemen om schade aan of vermissing van zijn eigendommen te voorkomen. 

ARTIKEL 14 – INFORMATIEPLICHTEN 

  1. De cliënt geeft de zorginstelling, mede naar aanleiding van diens vragen, naar beste weten de inlichtingen en de medewerking die deze redelijkerwijs voor het uitvoeren van de overeenkomst nodig heeft. 
  2. Wanneer zich tussentijds wijzigingen voordoen in de situatie van de cliënt die kunnen leiden tot verandering van (de omvang van) de te leveren zorg, is de cliënt gehouden de instelling daarvan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen. 
  3. De cliënt die bij de zorginstelling op een wachtlijst staat en gedurende de wachttijd de zorg laat uitvoeren door een andere zorginstelling, meldt dit aan de eerstgenoemde zorginstelling zodra hij met de andere zorginstelling is overeengekomen dat de zorg daar zal plaatsvinden. 

ARTIKEL 15 – BETALING 

  1. De cliënt is de zorginstelling de overeengekomen prijs verschuldigd voor de overeengekomen zorg en diensten voor zover deze niet rechtstreeks door zorgverzekeraar worden betaald. 
  2. Voor de vooraf overeengekomen door de zorginstelling in rekening te brengen (aanvullende) kosten van zorg en diensten stuurt de zorginstelling een duidelijke en gespecificeerde factuur aan de cliënt, met daarin opgenomen een betalingstermijn van 30 dagen. 
  3. De zorginstelling stuurt na het verstrijken van de betalingstermijn een betalingsherinnering en geeft de cliënt de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst van de herinnering alsnog te betalen. 
  4. Als na het verstrijken van de tweede betalingstermijn nog steeds niet is betaald, is de zorginstelling gerechtigd rente en buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen vanaf het verstrijken van de eerste betalingstermijn. De rente is gelijk aan de wettelijke rente. 

ARTIKEL 16 – BEËINDIGING VAN DE OVEREENKOMST 

De overeenkomst eindigt: 

  1. met instemming van beide partijen; 
    1. na een eenzijdige, ondubbelzinnige opzegging van de overeenkomst door de cliënt; 
    2. na een eenzijdige opzegging door de zorginstelling met inachtneming van het bepaalde in artikel 30; 
    3. overlijden van de cliënt; 

ARTIKEL 17 – OPZEGGING VAN DE OVEREENKOMST DOOR DE ZORGINSTELLING 

  1. De zorginstelling is gerechtigd de overeenkomst op te zeggen, indien: 
    1. de financiering of de verwijzing voor de zorg komt te ontbreken; de zorginstelling gaat hier evenwel niet toe over indien de instelling meent dat het stopzetten van de zorg op dat moment onverantwoord is omdat sprake is van noodzakelijke zorg; 
    2. de cliënt herhaaldelijk diens verantwoordelijkheden uit de overeenkomst niet nakomt of kan nakomen;
    3. indien de zorgvraag van de cliënt dusdanig verandert dat het niet meer van de zorginstelling kan worden verlangd dat zij de zorg verleent zoals is overeengekomen en is vastgelegd in het behandelplan. 
  2. Bij beëindiging van de overeenkomst neemt de zorginstelling een redelijke termijn in acht als mede die zorgvuldigheid betreffende de nazorg, die in redelijkheid van de instelling mag worden verwacht. 

ARTIKEL 18 – KLACHTENREGELING 

  1. De zorgaanbieder beschikt over een op de wet gebaseerde en voldoende bekend gemaakte regeling voor de opvang en afhandeling van klachten en behandelt klachten overeenkomstig deze klachtenprocedure. 
  2. In het kader van en behoudens de reikwijdte van de Wkkgz wijst de zorgaanbieder een of meer daartoe geschikt te achten personen aan die een klager op diens verzoek van advies dienen met betrekking tot de indiening van een klacht en bijstaan bij het formuleren van de klacht en het onderzoeken van de mogelijkheden om tot een oplossing voor de klacht te komen.